1.    Scholengemeenschap  afgestemd  op  kinderen.

 

De werking van onze scholengemeenschap wordt pas optimaal als er een schooleigen terugkoppeling is tot op de klasvloer. Hierbij blijft de titularis de spilfiguur die kansen moet krijgen om deel te nemen aan de uitwisseling van expertise, om ze te kunnen toepassen in de klas. Zo komt onze scholengemeenschap -als meest nabije expertisecentrum- ten goede van elk kind.

 

We vinden het dan ook noodzakelijk kanalen te vinden waardoor de betrokkenheid van elk personeelslid van elke school bij onze scholengemeenschap vergroot kan worden.

 

2.    Platform  ten  dienste  van  de  autonomie  van  individuele  scholen.

 

Ons gemeentelijk en stedelijk onderwijs kent een grote diversiteit. Deze moet binnen onze scholengemeenschap blijven bestaan en is een verrijkende factor in de werking ervan. De scholengemeenschappen onderling zullen daardoor diezelfde diversiteit blijven vertonen.

 

Onze scholengemeenschap moet het beleidsvoerend vermogen van elke deelnemende school ten goede komen. Via de vertrouwde en nabije scholengemeenschap ontstaat er een collegiale formele en informele ondersteuning. Als gevolg hiervan gaan de directeuren hun expertise delen met collega’s. Dit leidt tot zelfzekere, beter gedocumenteerde, competentere directeuren. Zo komt er tijd en energie vrij om in de eigen school het eigen onderwijskundig beleid beter te voeren. Ook voor andere functies kan hetzelfde effect werken ( personeelsbeleid, zorg, ICT, administratie, nieuwe onderwijsontwikkelingen, …)

 

We streven naar een personeelsbeleid op dezelfde golflengte door afspraken te maken op het niveau van onze scholengemeenschap, telkens gekoppeld aan de nodige ruimte voor de lokale autonomie van elk van onze scholen: arbeidsreglement, functiebeschrijvingen, evaluatiereglement, beheer korte vervangingen, mentorschap, bespreking aanwending enveloppen, …

 

Onze scholengemeenschap kan de slagkracht van de individuele scholen versterken. Ze staat ten dienste van de individuele scholen. De werking met een DirCo wordt in deze context als noodzakelijk ervaren.

 

3.    Samenwerken  verhoogt  der  kwaliteit.

 

Het nauw samenwerken van de scholen van onze scholengemeenschap kan helpen bepaalde beleids- en beheersproblemen beter het hoofd te bieden en kan een positieve invloed hebben op de onderwijskwaliteit. Het feit dat meer mensen samen denken, organiseren, taken verdelen, kan leiden tot beter en efficiënter onderwijs waardoor de draagkracht van elke school vergroot. Onze scholengemeenschap werkt subsidiair ten aanzien van de individuele scholen.

 

Er kan een opstart gegeven worden aan de organisatie van specifieke vergaderingen: GOK, sessies per leerjaar of per graad, gezamenlijke pedagogische studiedagen, gezamenlijke personeelsvergaderingen.

 

4.    Ruimere  netwerken.

 

Het opzetten en onderhouden van netwerken (DIRCOM, zorg, NAM, …) zorgt voor een groter gevoel van samenhorigheid, van samen sterker te staan, van samen meer te weten, van steun te kunnen vinden bij mekaar. De combinatie van het formele en informele karakter van deze meetings werkt stimulerend naar de zelfcontrole en laat toe de eigen situatie correcter te kunnen inschatten. Het aspect ‘zelfhulpgroep’ heeft een helende werking. Het optimaliseren van deze verschillende netwerken en werkgroepen moet onze aandacht blijven krijgen.

 

Het beleidsvoerend vermogen wordt nog groter als onze scholengemeenschap zich nestelt in grotere netwerken. We kunnen rekenen op ondersteuning en begeleiding door OVSG en engageren ons ook naar onze koepelorganisatie toe en mede door de samenwerking met hetzelfde CLB ontstaat een win-winsituatie voor alle betrokken partijen. Onze scholengemeenschap is vertegenwoordigd in het regionaal directeurenplatform Vlaams-Brabant. Ook netwerken van regionaal en provinciaal overleg passen in dit plaatje, evenals bijéénkomsten van zorgcoördinatoren, directeuren,DirCo’s, ICT-coördinatoren, …

 

5.    Schoolbesturen.

 

Via onze scholengemeenschap ontstaat er door de werking van het Beheerscomité een platform voor onze schoolbesturen. Het structureel overleg met de schoolbesturen in het Beheerscomité zorgt voor visieontwikkeling over onderwijsmateries. Ze leren van elkaar en kunnen praten over goed voorbereide voorstellen vanuit het Directiecomité, waarover de directeuren al tot een akkoord kwamen. Door het overleg ontstaat er een ruimere visie op onderwijs en op hoe andere schoolbesturen die visie invullen. Zo  ontstaan er meer kansen om beter onderbouwde beslissingen te kunnen nemen voor hun gemeentescholen.

 

Door een open overlegcultuur waar alle actoren kunnen participeren en communiceren binnen hun bevoegdheden, wordt dit een gesmeerd lopend proces wat zorgt voor een betere profilering van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs.

 

6.    Integraal  personeelsbeleid.

 

Het verder uitbouwen van het integraal personeelsbeleid (en de rol van de schoolbesturen hierin) blijft een prioritaire opdracht.
 
Als gevolg van de regelgeving voor scholengemeenschappen kan men geen efficiënt personeelsbeleid meer voeren per school of schoolbestuur apart.

 

De gemeenschappelijkheid als gevolg van TADD-regels, vaste benoemingen, reaffectatie en korte vervangingen, zorgt ervoor dat de medewerkers steeds meer personeelslid worden van onze scholengemeenschap dan wel van een afzonderlijke school. rond gezamenlijke personeelsmateries streven we naar een zinvolle werking van het OCSG.

 

Integraal personeelsbeleid, gesteund op objectieve beoordeling van leerkrachten en gezond mentorschap en coachingswerk zal, mits steun van de schoolbesturen, leiden tot een hogere kwaliteit van het personeel.